20170131 Krabben (3)In de vele jaren dat wij subfokker zijn heeft ons bedrijf verschillende ontwikkelingen doorgemaakt in de fokkerij. We startten met de Cofok-geltenproductie, daarna Topigs 20, later kwam daar de Topigs 50 bij en nu zijn we aanbeland bij de TN70 en TN50.
De zeugenstapel die in het begin bestond uit het Nederlands Landras gaat nu richting Noors Landras.20170131 Krabben (4)

Wat wij nooit uit het oog hebben verloren is het type. Wij houden van een ruime, grote en robuuste zeug. Fokwaarde is één, dat staat buiten kijf, maar er moet wel wat staan! Een zeug kan op papier nog zo goed zijn, als haar exterieur ons niet bevalt fokken wij er niet verder mee.

Een ander belangrijk selectiecriterium is het vreetvermogen. Een fokzeug moet in onze ogen voldoende voer op willen en kunnen nemen tijdens de kraamperiode om deze goed te doorstaan.

Op dit moment zijn we volop bezig onze beste zuivere NL-zeugen te kruisen met de L- lijn, de Noor. Hieruit zullen straks de TN50- en de TN70-gelten voor onze afnemers geboren worden.

20170131 Krabben (5)De resultaten zijn nu al veelbelovend. Tijdens het toetsen van de gelten worden de dieren gewogen. Wat opvalt is dat de dieren hard groeien en zeer goed ontwikkeld zijn.
Dit past perfect in onze fokkerijfilosofie.20170131 Krabben

Door de invloed van de Noor verwachten we dat vermeerderaars een sprong voorwaarts kunnen maken in het aantal levend geboren biggen. We willen hierbij de goede eigenschappen van onze fokgelten behouden zoals robuustheid, duurzaamheid en het grootbrengend vermogen. De vleesvarkenshouder kan vervolgens rekenen op vleesbiggen met een hoge groei en lage voederconversie.

Kortom, de invloed van de Noor moet voor elke schakel in de keten een plus op gaan leveren!