Geschiedenis, eigenschappen en perspectieven

  1. Geschiedenis
  2. Experimentele zeugenlijn
  3. Uitgangsrassen
  4. Eerste resultaten
  5. Inbreng van Hampshire bloed
  6. Huidige stand van zaken
  7. Reproductieeigenschappen
  8. Productieeigenschappen
  9. Exterieur
  10. Kleur
  11. Exclusieve foklijn
  12. Toekomstperspectieven

1. Geschiedenis

Deze foklijn werd als experimentele zeugenlijn ontwikkeld bij Cofok.
Aan het einde van de zeventiger jaren viel bij Cofok het besluit tot de ontwikkeling van twee experimentele foklijnen. De beweegredenen voor deze investering waren:
ontwikkeling van mogelijk betere foklijnen, dan die in het operationele programma opgenomen waren:
mogelijk effectiever gebruik maken van de bestaande foklijnen, door:
1 een grotere combinatiegeschiktheid van een der nieuwe foklijnen met een of meer van de in het operationele programma opgenomen lijnen:
2. de inzet van gekruiste beren;
3. reservering van extra foklijnen, die ingezet kunnen worden bij calamiteiten.
Besloten werd tot de ontwikkeling van een experimentele berenlijn en een experimentele zeugenlijn.
In 1980 kwam een nieuwe eenheid gereed voor 180 zeugen.

2. Experimentele zeugenlijn

Bewust werd gekozen voor uitgangsrassen, die in geen enkel opzicht verwant waren aan de operationele beren- en zeugenlijnen. Het fokdoel was gericht op een vruchtbare, sterke zeug met beste moedereigenschappen.
Het type werd vooraf in 1975, als volgt omschreven:
“Een goed ontwikkeld, sterk varken, met een gesloten voorhand, een sterke vrij lange, een voldoende ruim droog achterstel met veerkrachtig gaaf beenwerk en een strak uier met 14 goed ontwikkelde spenen en een zwartbonte kleur”.

3. Uitgangsrassen

Uitgangspunt bij de rassenkeuze was benutting van de zeer goede vruchtbaarheid en moedereigenschappen van oude zwartbonte West – Europese rassen.
Zo werden aangekocht 2 beren en 2 zeugen van het Engelse Saddleback ras en 12 biggen van Schwäbisch-Hällische herkomst. Van de laatste groep voerden een viertal 50% en een viertal 25% bloed van het Amerikaanse Hampshire ras.
Het derde viertal was nog zuiver Schwäbisch-Hällisch.
De oorsprongsrassen Saddleback en Schwäbisch-Hällisch zijn zwart met een witte band om de voorhand en of de middenhand.
De rassen genoten een grote populariteit, vanwege de uitstekende reproductieeigenschappen, waarbij niet alleen het aantal biggen, maar vooral de uierkwaliteit, de melkgift en het rustige karakter werden geroemd. Het Schwäbisch-Hällische varken was in de uierkwaliteit en de melkgift nog beter dan de Saddleback. De Saddleback was massaler en vertoonde meer groei. De mogelijkheden van deze rassen als zeugenlijn in een modern kruisingsprogramma werden toen nog niet onderkend. Deze rassen verloren in de zestiger en de zeventiger jaren populariteit vanwege de achterblijvende productieeigenschappen in vergelijking met de witte rassen en de Piétrain. Vooral het Schwäbisch-Hällische varken was in het begin van de zeventiger jaren vrijwel uitgestorven.
Intussen zijn de populaties van deze rassen weer zodanig dat het voortbestaan weer gewaarborgd is.
De Engelse Saddleback is niet of nauwelijks veranderd. In Engeland staan op het ogenblik 90 beren en ruim 380 zeugen geregistreerd. Het varken wordt in Engeland in kleine eenheden gehouden door liefhebbers.
De fokkerij van het Schwäbisch-Hällische varken is weer opnieuw opgezet met resten die er waren en met bloedtoevoeging van het eveneens vrijwel verdwenen Angler Sattelschwein en van het Oostduitse Sattelschwein.
Het aantal geregistreerde dieren was in 2002: 24 beren en 178 zeugen.
De reproductieresultaten hebben het oorspronkelijke niveau nog niet weer bereikt.
Het huidige Schwäbisch-Hällische varken doet wel harder en droger aan dat uit de vijftiger en de zestiger jaren. Dit gereconstrueerde oude ras geniet op het ogenblik in Zuid-Duitsland populariteit in de biologische, streekgebonden en kleinschalige varkenshouderijen. Met Piétrain beren worden vleesvarkens voor merkvlees programma ‘s geproduceerd.

4. Eerste resultaten

De uit deze rassen ontwikkelde dieren waren wel vruchtbaar, maar de productieeigenschappen, waren zodanig dat opname van de dieren in een operationeel fokkerijprogramma niet haalbaar was. De Saddlebacks vertoonden wel een goede groei, maar waren erg vet.
De Schwäbisch-Hällische varkens waren niet zo vet, maar kwamen in groeivermogen weer tekort. Een uitzondering op de ervaringen met de zuivere teelt dieren vormden de Schwäbisch – Hällische varkens met Hampshire bloed, die een duidelijke betere vlees – vet verhouding vertoonden. Die dieren waren bovendien sterker en krachtiger gebouwd.

5. Inbreng van Hampshire bloed

Op grond van de ervaringen met het Hampshire bloed lag het voor de hand uit te kijken naar de mogelijkheid via sperma meer gebruik te maken van dit markante, in oorsprong uit Engeland stammende Noord – Amerikaanse varken.
Het Hampshire varken komt in kleur en aftekeningen overeen met de reeds ingezette oud Europese rassen, maar week en wijkt qua type wel sterk af. Het Hampshire varken stond destijds en ook nu nog bekend als een varken met een goede vlees – vetverhouding, maar ook een matige groei en een niet al te beste vruchtbaarheid.
De Hampshire gaf in kruising met Landras zeugen in verschillende landen echter wel een moederdier met een goede vruchtbaarheid en moedereigenschappen.
.De herkomst van de beren was Canada, V. S., West – Duitsland, Zweden, en Zwitserland. De beren met de beste vererving waren van West – Duitse, Zweedse, en Zwitserse origine. De resultaten van de Canadese en de Noord-Amerikaanse vielen in het algemeen niet mee.
Een opmerkelijke eigenschap van het Hampshire ras, vergeleken met andere rassen, bleek hogere afbig percentage en de grotere tomen biggen van diepgevroren sperma.
Vastgesteld werd dat het Hampshire ras overwegend stressvrij is, een enkele beer gaf halothane gevoelige dieren.
Na 15 jaar fokkerij en selectie had de S populatie een ruime bloedbasis en was zo stabiel, dat nieuwe bloedinbreng niet veel meer kon toevoegen, zeker niet ten aanzien van reproductieeigenschappen en groei.
Verplaatsing van de foklijn, die nog steeds bestond uit 50 tot 80 zeugen naar het nieuwe fokbedrijf in Dalfsen heeft een aanvankelijk nog niet zo snel verwachte positieve invloed gehad op de populatie.
Intussen had het kruisingsproduct van de S of T lijn beren met N zeugen een zodanige reputatie verworven, dat het besluit van Dumeco Breeding deze foklijn op te ruimen, door zeugenhouders met deze ” Terra zeugen” kon worden opgeschort en voorkomen kon worden.
De S of T lijn werd op grond van de positieve ontwikkelingen in zuivere teelt en vooral de ervaringen in de praktijk uitgebreid.
Deze uitbreiding geeft aanzienlijke mogelijkheden deze foklijn op langere termijn kwalitatief nog verder uit te bouwen.

6. Huidige stand van zaken

De populatie omvat op dit ogenblik 360 zeugen op het fokbedrijf in Dalfsen aangevuld met 120 zeugen op SPF-nivo bij Ullmann in Appenzell (Zwitserland). Deze, in het afgelopen jaar gerealiseerde omvang is nu zodanig, dat er op een verantwoorde wijze zuivere teelt kan worden bedreven. Een populatiegrootte, die ook mogelijkheden biedt voor verbetering van belangrijke en relevante eigenschappen.

7. Reproductieeigenschappen

Uit het feit dat de T lijn in Dalfsen een biggenproductie realiseert van 26 biggen per zeug per jaar, blijkt dat een zeer goed reproductieniveau is bereikt, zeker nog rekening houdende met de uitbreiding die heeft plaats gevonden.
Vooral de kwaliteit van de uiers is bij de jongste generaties zeugen duidelijk vooruitgegaan, waardoor het vermogen een grote toom biggen groot te brengen is verbeterd.

8. Productieeigenschappen

De productieeigenschappen, groei, voederconversie en de slachteigenschappen van de T lijn zijn de laatste jaren zoveel verbeterd, dat vergelijking met andere op goed peil staande zeugenlijnen goed doorstaan kan worden.
Een opvallend gunstige eigenschap is het hoge percentage intramusculair vet van T lijn varkens. Een hoog percentage intramusculair vet beïnvloedt de vleeskwaliteit en de smaak van het vlees positief.

9. Exterieur

De T foklijn op het fokbedrijf in Dalfsen maakt een gezonde, in het algemeen een uniforme indruk.
De zeugen zijn krachtig en sterk gebouwd, met een gesloten voorhand, een sterke bovenbouw, voldoende ruime, hellende, droge achterstellen en sterk redelijk zwaar beenwerk.
De koppen zijn dooreen genomen lang met opstaande oren.
De T lijn dieren vertonen een goede bespiering met veel volume.
De kleur is in algemeen zwart met een witte band om de voorhand. Lichter gekleurde zijn niet zelden minder typisch.
Het exterieur van de T lijn vertegenwoordigt meer het type van een all round varken dan dat van een typische zeugenlijn.

10. Kleur

De keuze van de uitgangsrassen brengt met zich mee dat de T lijn varkens gekleurd zijn, zwart met een witte band om de voorhand. Hiervoor is bewust gekozen, enerzijds vanwege de grootst mogelijke kans op onverwantschap en anderzijds omdat aan kleur en pigment hardheid, kracht en vitaliteit wordt toegekend.

11. Exclusieve foklijn

Met een oorsprong van Engelse Saddleback en Duitse Schwäbisch-Hällische varkens als uitgangsmateriaal, veredeld met Hampshire heeft de T lijn een unieke bloedvoering.
Geen enkele fokkerijorganisatie ter wereld heeft de beschikking over met deze een foklijn van dit niveau bloedvoering en eigenschappenpatroon.
De absolute onverwante bloedvoering, het exterieur, het eigenschappenpatroon geven een grote combinatiegeschiktheid met elk denkbare foklijn.
Het goede niveau van de reproductie en productie eigenschappen staat borg voor hoogwaardige kruisingsproducten. De maximale heterosis geeft extra kracht en vitaliteit.
Het prettige, rustige karakter, de grote moederliefde voor de biggen, een hoge melkproductie, zijn belangrijke voorwaarden voor een laag sterfte percentage en een goede groei van de biggen.
Het lage vervangingspercentage van de zeugen staat voor een langere gebruiksduur, met meer optimaal producerende zeugen in de zeugenstapels en een beter gezondheidniveau.
Het percentage erfelijke afwijkingen is laag.
Een vleespercentage van de bijproducten uit de fokkerij van 56 % bij borgen en 58 % – 59 % bij beren getuigt van een zeer goed niveau van de productieeigenschappen.

12. Toekomstperspectieven

De T-foklijn en de Topigs-50 zeugen bieden met deze eigenschappen, de mogelijkheid zeer efficiënt en bovenal gezond te produceren.

De toekomst vraagt varkens, die probleemloos produceren, in grote eenheden, op een ethisch verantwoorde en gezonde wijze. Van het eindprodukt wordt verwacht, dat de kwaliteit in de ruimste zin van het woord, onbesproken is.
De produktie zal in de toekomst gerealiseerd moeten worden zonder gebruik van antibiotica of andere niet gewenste ondersteunende groeistimulatoren.
Verder zal een varken gevraagd worden, dat zich staande kan houden in grote groepen en zeugen, die dusdanige moedereigenschappen hebben, dat ze gedurende de kraamperiode vrij kunnen bewegen in hun kraamhok.
De T-foklijn en de Topigs-50 zeugen kunnen met hun eigenschappenpatroon een belangrijke bijdrage leveren aan deze toekomstige eisen.